‘Hallo, van wie is die urine?’
Zo verbeter je een zorgproces

Zo kan het fout lopen:                                                                                                         Ik ga naar de dokter met blaasklachten. Hij wil een kweek zien. Ik plas in een plastic bekertje. De doktersassistente giet mijn urine in een buisje. Ze verpakt het goed, in papier met plastic eromheen. Ik moet het buisje urine zelf wegbrengen naar de prikpost in het verzorgingstehuis, 600 meter verder op. De doktersassistente roept me na: ’Het kan druk zijn, maar ga gewoon voor: je hoeft alleen maar iets af te geven.’

Is de urine wel van jou?
De prikpost medewerker zucht: ‘Ik kan aan de buitenkant niet zien of je gegevens op de urine staan: dat vergeten ze nog wel eens bij de huisarts.’ Ik zoek een oplossing: ‘Zal ik de verpakking er af halen?’ Ze denkt even na en stemt toe. Op het buisje zit gelukkig een etiket met mijn gegevens, de urine mag door naar het lab.

Als ik net weer in de auto zit belt de doktersassistente. Er staan twéé plastic bekertjes met urine naast haar. Ze twijfelt of ze mijn urine wel in het buisje heeft gedaan. Licht geïrriteerd, maar ook blij met haar bekentenis, ga ik terug naar de prikpost. ‘Mag ik mijn buisje met urine weer terug?’ De prikpost medewerker kijkt verbaasd. Er ligt niets meer, het lab heeft net alles opgehaald.

Nog een keer plassen
Ik besluit terug te gaan naar de doktersassistente. Ze verontschuldigt zich en geeft opnieuw een plastic bekertje. Ik ga weer naar de wc. Daarna kijk ik aandachtig mee: ze giet de urine in een buisje en zet mijn gegevens op het etiket. Deze keer stuurt ze het buisje zelf naar het lab. Ik vertrouw er maar op dat het nu goed komt.

Hoe kun je zo’n situatie voorkomen?Je maakt een zorgproces lekker lean en vreselijk veilig met een prospectieve risico inventarisatie (PRI).                

Een wat?

Het UMC-Utrecht, De Maastro Clinic en TU Eindhoven ontwikkelden in 2006 de PRI methode om een zorgproces minder foutgevoelig te maken. Elke zorgdiscipline stuurt een vertegenwoordiger. De oorspronkelijke methode heeft zes sessies, maar bij een goede voorbereiding is vier keer anderhalf uur genoeg.

Bijeenkomst 1: Breng de huidige situatie in kaart 
Ga als huisarts, doktersassistente, prikpost medewerker en laborant met elkaar om tafel. Doe allemaal voorbereidend werk: vraag de patiënt om ervaringen, ervaar het proces eens zelf of maak foto’s van de meest belangrijke stappen. Zorg dat er tijdens de bijeenkomsten altijd een onpartijdige procesbegeleider bij is: een scheidsrechter. Breng de huidige situatie in kaart zoals de patiënt hem doorloopt. Elke deelnemer vertelt de stappen die bij hem gezet moeten worden om de urine van de huisarts naar het lab te krijgen. Schrijf de stappen op post-its en leg ze in chronologische volgorde.

Bijeenkomst 2 en 3: Analyseer de situatie 
Geef bij elke processtap antwoord op 3 vragen:

1) Wat kan er fout gaan? (faalwijze)
2) Wat kan er gebeuren als het fout gaat? (gevolg)
3) Waarom kan het fout gaan? (oorzaak)

Een gouden regel is om elkaar geen verwijten te maken. Het doel is om inzicht te krijgen in hoe het proces loopt en waar het kan misgaan. Zet de antwoorden overzichtelijk neer, bijvoorbeeld in een excelschema.

Bijeenkomst 4: Bedenk een lean en veilig proces en maak goede afspraken
Vaak zijn er in de eerdere bijeenkomsten al verbeteracties genoemd. Maak daar gebruik van. Laat ook je fantasie de vrije loop en bedenk met elkaar een veilig en lean proces. Maak duidelijke afspraken: benoem wie (namen), wat (actie) en wanneer (datum/periode). Stel een bewaker van de voortgang van de verbeteringen aan. Evalueer na 3 maanden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>